Home

Buitengoed Keppels verblijf voor adellijke families

Wichman, Schele en Mulert

Huis Keppels bij Markelo

De gemeente Hof van Twente dankt haar naam aan de reeks adellijke huizen die er staan en stonden. Maar het lijstje bleek  ondanks alle studies en onderzoeken toch niet compleet. Onlangs is er toch nog weer één aan toegevoegd: het huis Keppels ook genaamd het  Schelehuys naar de eigenaar Schele van het Weleveld bij Zenderen.

Links: Huis Keppels bij Markelo omstreeks 1700. Hier noemt de tekenaar het huis het Schelehuys in Salland. Maar het stond in Twente.

De ontdekking is te danken aan Jan Hidders. Hij groeide op aan de voet van de Dingspelerberg aan de Larenseweg even buiten  Markelo. "Mijn opa en de buren hadden het altijd over het kasteel dat hier bij ons ouderlijk huis zou hebben gestaan. Er  waren kletsnatte stukken grond waar mogelijk de grachten waren en er was een boomgaard. Ook vonden boeren soms nog brokken  steen en puin." Bij de ruilverkaveling zijn de laatste sporen verdwenen.

Nadat Jan Hidders als landbouwvoorlichter met pensioen ging stortte hij zich op het onderzoek. Archieven in Zwolle en Delden  onderzocht hij en ontdekte allerlei aanwijzingen dat er een flink kasteel heeft gestaan. "In de Martinuskerk stond heel lang  een bank met de naam Keppels er op."

Rechts: De Schipbeek is vanaf 1400 gegraven vanaf Deventer naar Diepenheim. De groene vlek is het bos bij het Huis Keppels dat aan de rand van het grote moeras aan de voet van de Dingspelerberg stond. Bron: Hottingerkaart.

Kaart van Markelo

Aleida Keppel bewoont het huis bij Markelo

Aleida Isabella Keppel

Keppels was een buitengoed, een lusthof dat vermoedelijk door Johan van Keppel is gesticht. Van Keppel was dienstman bij de  bisschop van Utrecht. De naam Keppel komt veel voor in de archieven van het kasteel Verwolde in Laren. En boek van de  hervormde kerk in Markelo meldt dat Henrich Wichman toe Keppels rechter was van Kedingen (Goor, Rijssen en Wierden). Zijn  zoon nam het richterschap over na zijn dood in 1657. Hendrik Wichman de Jonge werd ook schout van Goor.

Hendrik Wichman de Jonge raakte in 1664 verwikkeld in een proces met Van Haersolte van de Oldenhof over het eigendom van het goed Keppels. De familie Wichman won het proces maar verkochten het goed datzelfde jaar nog aan Carel Otto Schele. Schele trouwt hetzelfde jaar nog met Agnes van Coeverden van de Stoevelaar in de hervormde kerk van Goor. Het jonge paar ging wonen  in het huis Keppels.

Carel Otto Schele was de tweede zoon van Gosen Heydenrijk Schele en Elisabeth Agnes Schade tot Ilhorst. Zijn oudere broer  Sweder Christoffel Schele bleef op het Weleveld wonen. Sweder is getrouwd met een zusje van de vrouw van zijn broer. Sweder  trouwt met Judith Margaretha van Coeverden. Carel Otto Schele wordt in het jaar dat hij trouwt, 1664, ook beleend met de  Venebrugge. Hij heeft dit ambt te danken aan zijn oom Rabo Herman Schele die in 1662 overleed. Rabo was drost van  IJsselmuiden en verkreeg Venebrugge in achterleen van de vader van Carel Otto Schele.

Carel Otto Schele, heer van de havezate Venebrugge, was krijgsoverste en lid van de admiraliteit van Rotterdam. In de kerk  van Goor staat dat hij begraven is in Borne in het graf van zijn voorvaderen in 1675. Zijn vrouw Agnes probeerde de  Venebrugge te verkopen en ging wonen in het huis Keppels waar haar moeder, Anna Catharina Ripperda, weduwe van Borchard van  Coeverden van de Stoevelaar, bij in trekt.

Rechts: Twente in 1670. Het puntje onder de havezate de Oldehof bij Markelo is het huis of buitengoed Keppels.

Een stukje Twente in 1670

Odink net over de grens bij Winterswijk

De ridderhofstad van Odink.

Na de dood van haar moeder in 1677 verkocht Agnes van Coeverden het erf Hoestink in Stokkum, nu is dit een theehuis. Zij  bezat ook de havezate Hulsbeke of Hulsbeek aan de Goorsestraat in Markelo en de boerderij Kraaijenzang.

Twee kleinkinderen van de broer van Agnes, Jacob van Coeverden, wonen in 1713 op huis Keppels. Dit zijn Nicolina Judith en Agnes Maria van Keppel. De vader en moeder zijn Arnold Ludolf Keppel van Odinck en Aleida Isabella Keppel. Zij stierven jong. Hun oom Derk Frederik van Keppel voedde vijf van hun zeven minderjarige kinderen op in het kasteel Odink tussen Winterswijk en  Südlohn (foto links).

Agnes stierf in 1714, waarna Agnes Maria van Keppel trouwt met Hendrik Gerhard van Laer tot Laerwolden uit Duitsland  op 10 juli 1714. Nicolina Judith trouwt datzelfde jaar met Cornelis Jacob de Mahony tot Boekelo. Hij is luitenant-kolonel en  later generaal. Twee van hun vier kinderen krijgen het doopsel in Markelo. Jeremias Arnold de Mahony schopte het tot kolonel.

De familie Van Hopberg woonden vanaf 1721 in het huis Keppels. De eerste zoon Johannes van Hopberg werd luitenant in het  regiment van Aernius in Namen. Christiaen van Hopberg werd sous-luitenant in het regiment van Baden Durlach. Na zijn dood  hertrouwde zijn weduwe met Philip Christoffel Christiaan Keller, een chirurg-majoor.

Gosinus Lucas Vosding en Lucia Amalia Meijer woonden rond 1725 in Keppels en drie jaar later kregen zij er een dochter: Maria Christina Elisabeth. De familie vertrok in 1730 naar Rijssen. De naam van de heer Mullert van Keppels dook op in 1734. Johan Ludolf Mulert is majoor in het regiment Nationalen nummer zeven. Hij kwam uit Delden en is getrouwd met Stefania van der Hell. Na haar dood hertrouwde hij met zijn achternicht Judith Agnes Mulert. Zij is een dochter van Derk Boldewijn Mulert tot Oldenhof en Judith Margaretha Sloet. Judith Agnes Mulert was stiftsjuffer in Zwartewater. Johan Ludolf Mulert erfde in 1752 havezate Backenhagen tussen Delden en Almelo van zijn oom Derck. Johan was ook eigenaar geworden van huize Oding in Duitsland en huize Mallum bij Eibergen. Van zijn broer erfde hij nog de helft van huis Hengelo. Oeding
Oding
Luchtfoto van Oding

Johan en Judith kregen een dochter in huize Keppels. Na de dood van Johan Ludolf Mulert kochten veel boeren uit de omgeving grond van Keppels en Hulsbeek. Het kasteel Hulsbeek is dan al afgebroken.

Het echtpaar verhuisde op een onbekend moment naar Oding. De drie kinderen, Conrad Jan, Judith Catharina Margreta Idaletta en Nicolaine Anna Marya zijn gedoopt in Markelo.

Links: Een luchtfoto van Oding met in het midden de ridderhofstad van Mulert.

In 1783 verkocht Johan Mulert Keppels met grond aan Elisabeth Jacoba baronesse van den Capellen tot Papekop geboren Van Ittersum. Zij was geboren in de Oosterhof in Rijssen. Keppels kreeg daarna de bijnaam Witwesitz of weduwehuis. Tussen 1811 en 1815 is Keppels afgebroken. In de Franse tijd was de macht van de adel beperkt. De prijs van de stenen was hoog.

Bronnen: De havezaten van Twente en hun bewoners, A. Gevers en A Mensema, Nederlands Wapenboek, De Nederlandse Adel, Land en volk van de Achterhoek van Hendrik Odink, Stichting Heemkunde Markelo, Jan Hidders en Jan Stoelhorst.

Familiewapen Mulert
Grafmonument Mulert uit Thuine

 

 

Links: In de kerk van Thuine hangt een kunstwerk van Adam Steenelt uit 1631, een epitaph voor de familie Mulert